De Industrial Accelerator Act en ‘Made in EU’: wat betekent het voor Nederlandse bedrijven?
De Europese Unie wil een voorkeur voor ‘Made in EU’ in wetgeving vastleggen. De Industrial Accelerator Act (IAA), die de Europese Commissie op 4 maart 2026 voorstelde, wil eisen voor EU-oorsprong en een lage CO₂-uitstoot toevoegen aan overheidsaanbestedingen en publiek gefinancierde steunregelingen voor bepaalde producten, van staal en cement tot voertuigen, batterijen en zonnepanelen.
Voor Nederlandse bedrijven speelt dit op drie manieren. Producenten in Nederland en de EU kunnen er een voordeel uit halen. Bedrijven die leveren aan gemeenten, provincies, het Rijk of vervoerders met een overheidsconcessie krijgen te maken met nieuwe bewijslast. En wie onderdelen of materialen van buiten de EU inkoopt, moet weten of die straks nog meetellen als ‘EU-oorsprong’. Hieronder zetten we op een rij wat het voorstel zegt, waar de onderhandelingen staan en wat u nu al kunt doen.
In het kort: wat is de Industrial Accelerator Act?
- Doel: het aandeel van de maakindustrie in het bbp van de EU verhogen van 14,3% in 2024 naar 20% in 2035.
- Middelen: eisen voor EU-oorsprong en/of een lage CO₂-uitstoot in aanbestedingen en steunregelingen, voorwaarden voor grote buitenlandse investeringen in schone technologie en snellere vergunningen voor industriële projecten.
- Producten: staal (eisen voor lage CO₂-uitstoot), cement, beton en mortel, aluminium, voertuigen en batterijen, en nettonultechnologieën zoals zon, wind en warmtepompen.
- Voertuigen: volgens het voorstel geldt een voertuig als EU-product als ten minste 70% van de waarde af fabriek van de onderdelen (zonder batterij) uit de EU komt, of als ten minste drie hoofdonderdelen van de batterij, waaronder de cellen, uit de EU komen.
- Subsidies: lidstaten passen de eisen toe op ten minste 45% van het budget van steunregelingen voor energie-intensieve producten en op 100% van het budget van regelingen voor voertuigen.
- Buitenlandse investeringen: investeringen vanaf 100 miljoen euro door bedrijven uit landen met meer dan 40% van de wereldwijde productiecapaciteit in batterijen, elektrische voertuigen, zonne-energie of kritieke grondstoffen krijgen voorwaarden, waaronder ten minste 50% werknemers uit de EU.
- Toepassing: het gaat om een voorgestelde verordening; na aanneming zou die één jaar na inwerkingtreding van toepassing worden.
De oorsprong wordt bepaald volgens de niet-preferentiële oorsprongsregels van het Douanewetboek van de Unie. Het gaat er dus om waar en hoe een product is gemaakt, niet om waar het is ingeklaard (voorstel, EUR-Lex).
Wat betekent dit voor Nederlandse bedrijven?
- Producenten in Nederland: staal, aluminium, beton, voertuigen of schone technologie die in de EU zijn gemaakt, zouden een voorkeurspositie krijgen in aanbestedingen en subsidies. Dat kan een concurrentievoordeel zijn, mits u uw oorsprong en CO₂-prestaties kunt aantonen.
- Leveranciers aan de overheid: aanbestedende diensten zouden volgens het voorstel bij de betreffende productgroepen eisen voor oorsprong en lage CO₂-uitstoot moeten toepassen. Denk aan bouw- en infraprojecten met beton en staal, of de aanschaf van bussen en andere voertuigen. Volgens overweging 26 van het voorstel leveren voertuigfabrikanten een document dat de naleving van de EU-oorsprongseis certificeert, gelijkwaardig aan een eigen verklaring.
- Bedrijven die buiten de EU inkopen: onderdelen en materialen uit landen die geen vrijhandels- of douane-uniepartner van de EU zijn en ook geen GPA-partij, zoals China, tellen niet mee als EU-oorsprong. Inhoud uit partnerlanden kan wel meetellen, afhankelijk van het akkoord (zie hieronder).
- Investeerders en ontwikkelaars: voor grote investeringen in batterijen, elektrische voertuigen of zonne-energie door bedrijven uit landen met een dominante wereldwijde positie gelden extra voorwaarden. Dat kan joint ventures en fabrieksplannen in Nederland beïnvloeden.
Welke landen tellen mee als ‘EU-oorsprong’?
- Artikel 8 (aanbestedingen): inhoud uit landen met een vrijhandelsakkoord of douane-unie met de EU, of uit partijen bij de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA), geldt als EU-oorsprong, mits de EU onder dat akkoord relevante verplichtingen heeft.
- Artikel 9 (steunregelingen): inhoud uit vrijhandels- of douane-uniepartners geldt als EU-oorsprong; GPA-lidmaatschap alleen is niet genoeg.
- Uitsluiting: de Commissie kan landen via gedelegeerde handelingen geheel of gedeeltelijk uitsluiten, bijvoorbeeld als zij EU-producten geen nationale behandeling geven of als de leveringszekerheid dat vereist.
In de praktijk valt China volgens de onderzoeksdienst van het Europees Parlement buiten beide artikelen. De VS kan als GPA-partij meetellen bij aanbestedingen, maar niet bij steunregelingen. Het Verenigd Koninkrijk is zowel GPA-partij als vrijhandelspartner en zou op grond van de tekst van het voorstel in de regel meetellen (China en de VS: EPRS, Engels).
Turkije, voor veel Nederlandse bedrijven een belangrijke toeleverancier, is een bijzonder geval. Via de douane-unie telt Turkse inhoud volgens het voorstel mee bij steunregelingen (artikel 9). Bij aanbestedingen is dat onzeker, omdat de douane-unie geen overheidsopdrachten omvat en Turkije geen GPA-partij is. Bovendien sluit artikel 11 bij de betreffende aanbestedingen inschrijvingen uit van bedrijven die in eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van entiteiten uit landen zonder akkoord met de EU dat toegang tot deze aanbestedingen garandeert.
Waar staan de onderhandelingen?
- Europees Parlement: de commissies ITRE, IMCO en INTA behandelen het dossier gezamenlijk. Het ontwerpverslag van september stelt een ‘opt-in’-model voor: handelsakkoorden alleen zijn dan niet genoeg en partnerlanden moeten onder voorwaarden worden toegelaten. De stemming in de commissies staat gepland op 1 december, de plenaire stemming voorlopig in de week van 14 december (Europees Parlement; EPRS).
- Raad van de EU: een compromistekst van het voorzitterschap uit september stelt voor het brede ‘Made in Europe’-begrip te vervangen door een systeem op basis van handelsakkoorden en productspecifieke markttoegang. Er is nog geen standpunt van de Raad.
- Duitsland en Frankrijk: volgens persberichten bereikten beide landen in oktober een niet-bindend voorlopig akkoord over de geografische reikwijdte van de wet, waarbij Turkije buiten de reikwijdte valt. De Europese autobranchevereniging ACEA vraagt gerichte uitzonderingen voor Europese fabrikanten die actief zijn in buurlanden met nauwe industriële banden, zoals Turkije (Türkiye Today, Engels).
Pas als Parlement en Raad hun standpunt hebben bepaald, kunnen de trilogen met de Commissie beginnen. De uiteindelijke tekst kan dus nog flink afwijken van het voorstel.
Wat kunt u nu doen?
- Breng de oorsprong in kaart: welke producten vallen onder de regels, waar komen onderdelen en grondstoffen vandaan en waar geldt het product volgens de niet-preferentiële oorsprongsregels als gemaakt? Voor voertuigen en onderdelen is de 70%-drempel een concreet ijkpunt.
- Kijk naar uw klanten: levert u (of uw afnemer) aan gemeenten, openbaar vervoer, infrastructuurprojecten of gesubsidieerde programma’s? Daar is de impact het grootst.
- Ga het gesprek aan in de keten: toeleveranciers binnen en buiten de EU hebben dezelfde onzekerheid. Spreek nu af welke oorsprongs- en CO₂-gegevens nodig zijn.
- Zorg voor CO₂-gegevens: eisen voor een lage CO₂-uitstoot gelden los van de oorsprong. CO₂-voetafdrukken van producten en milieuproductverklaringen worden steeds meer de norm, ook met het oog op het CBAM (de Europese koolstofgrensheffing).
- Maak het zichtbaar: als u in de EU produceert of met betrouwbare partnerlanden werkt, vertel dat dan ook in offertes, op uw website en op LinkedIn. Oorsprong en CO₂-prestaties worden onderdeel van uw verhaal.
- Volg het proces: de stemmingen in december en de trilogen die daarna volgen bepalen de reikwijdte. Laat juridische en douanevragen beoordelen door uw eigen adviseurs.
Wat doet Edda Creative?
Met ons team in Amsterdam en Ankara begeleiden we bedrijven die actief zijn tussen Nederland, Turkije en de bredere Europese markt bij strategie, branding en communicatie. Door de ‘Made in EU’-discussie worden herkomst, traceerbaarheid en CO₂-gegevens een vast onderdeel van uw boodschap aan inkopers en aanbestedende diensten.
We scherpen samen met u uw positionering aan en maken presentaties, catalogi, webpagina’s en LinkedIn-berichten in het Nederlands, Engels en Turks. Douane-, oorsprongs- en juridische vragen horen niet bij ons vakgebied; daarvoor raden we u aan uw eigen adviseurs in te schakelen. Verkoop en klantrelaties blijven bij uw eigen team. Plant u beurzen? Bekijk dan onze beurskalender 2027.
Wilt u uw boodschap voor Europese inkopers bespreken? Mail een korte omschrijving van uw vraag naar info@eddacreative.com.
Veelgestelde vragen
Is de Industrial Accelerator Act al van kracht?
Nee. De Europese Commissie diende het voorstel in op 4 maart 2026; het Europees Parlement en de Raad onderhandelen er nog over. Volgens het voorstel is de verordening één jaar na inwerkingtreding van toepassing.
Voor wie in Nederland is dit relevant?
Voor producenten van staal, aluminium, cement, beton, voertuigen en schone technologie, voor bedrijven die aan de overheid of aan gesubsidieerde projecten leveren, en voor bedrijven die onderdelen of materialen van buiten de EU inkopen.
Welke landen tellen mee als EU-oorsprong?
Volgens het voorstel telt inhoud uit vrijhandels- en douane-uniepartners mee bij steunregelingen, en bij aanbestedingen ook inhoud uit GPA-partijen, onder voorwaarden. Inhoud uit China telt niet mee. Het ontwerpverslag van het Parlement en de discussie in de Raad kunnen de reikwijdte verder beperken.
Verbiedt de wet producten van buiten de EU?
Nee. De oorsprongs- en CO₂-eisen gelden alleen voor overheidsaanbestedingen en publiek gefinancierde steunregelingen voor bepaalde producten. Verkoop aan private partijen zonder overheidssteun valt erbuiten.
Welke sectoren vallen eronder?
Staal, cement, beton en mortel, aluminium, voertuigen en batterijen, en nettonultechnologieën zoals zon en wind.
Gebaseerd op het voorstel van de Europese Commissie, documenten van het Europees Parlement en berichtgeving in de pers, peildatum 29 oktober 2026. Dit is geen juridisch advies; de onderhandelingen lopen nog.
Bronnen
- EUR-Lex – Voorstel Industrial Accelerator Act, COM(2026) 100
- Europese Commissie – aankondiging 4 maart 2026
- Europees Parlement – Legislative Train: Industrial Accelerator Act
- EPRS – International dimension of the proposed Industrial Accelerator Act (september 2026)
- Türkiye Today – ACEA en OSD over de ‘Made in Europe’-regels (26 oktober 2026)